Subsidieregeling elektrische personenauto’s alleen nog voor gebruikte auto’s

Subsidieregeling elektrische personenauto’s alleen nog voor gebruikte auto’s

Sinds 29 oktober jl. is de Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren (SEPP) gewijzigd. U kunt alleen nog subsidie (€ 2.000) krijgen voor de aanschaf van gebruikte elektrische personenauto’s. De subsidiepot voor de aankoop of (private) lease van een nieuwe elektrische personenauto’s is namelijk leeg. Vraagt u voor deze auto’s nu subsidie (€ 4.000) aan, dan zal deze worden afgewezen. Uw aanvraag wordt ook niet meer doorgeschoven naar 2021. Hebt u de aanvraag vóór 29 oktober ingediend, dan wordt die nog wel doorgeschoven naar 2021. Vanaf 1 januari 2021 is er nieuw budget beschikbaar. U komt hiervoor in aanmerking als u de koop- of (private) leaseovereenkomst sluit op of na 1 januari 2021.

Langer versoepelde fiscale regels tijdens betaalpauze hypotheek

Langer versoepelde fiscale regels tijdens betaalpauze hypotheek

Sinds de uitbraak van de coronacrisis gelden er versoepelde fiscale regels in het geval u een betaalpauze voor rente en aflossing hebt afgesproken met uw bank of andere hypotheekverstrekker. Onlangs is de werking van deze versoepelde regels verlengd tot 31 december 2020 in verband met de aanhoudende coronacrisis. Daarnaast is de maximale duur van de betaalpauze verlengd van maximaal zes naar twaalf maanden. De betaalpauze moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen om de versoepelde fiscale regels te mogen toepassen:

  1. u hebt in de periode 12 maart 2020 tot en met 31 december 2020 bij uw geldverstrekker gemeld dat u (dreigende) betalingsproblemen hebt door de uitbraak van het coronavirus;
  2. u en uw geldverstrekker zijn daarom een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 januari 2021 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd;
  3. de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal twaalf maanden.

Let op

Leent u van een niet-administratieplichtige – bijvoorbeeld familie of uw eigen bv – dan gelden aanvullende voorwaarden. Uw adviseur kan u daarover informeren.

Vraag vóór 1 november aanslag aan en verlaag uw box-3-grondslag

Vraag vóór 1 november aanslag aan en verlaag uw box-3-grondslag

Bepaalde belastingschulden verminderen niet de rendementsgrondslag van box 3. Dit kunt u omzeilen door een voorlopige aanslag aan te vragen en deze voor het einde van het jaar te betalen. Op de peildatum van box 3 (1 januari) heeft het bedrag van de aanslag zo toch de box-3-grondslag verminderd. Maar deze vlieger gaat niet op als de inspecteur de aanslag niet tijdig oplegt, waardoor u niet voor het einde van het jaar kunt betalen. Dat vindt de staatssecretaris niet rechtvaardig. Hij keurt daarom goed dat als u vóór 1 november van het jaar schriftelijk om een (nadere) voorlopige aanslag hebt verzocht, de desbetreffende belastingschuld al per 1 januari van het volgende jaar (peildatum) als betaald wordt beschouwd bij de berekening van de box-3-grondslag. Dus ook als u de aanslag nog niet heeft betaald.

Einde uitstel publicatieplicht anbi-gegevens 2019 nadert

Einde uitstel publicatieplicht anbi-gegevens 2019 nadert

Algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) kregen vanwege de coronacrisis maximaal vier maanden langer de tijd om de jaarstukken over 2019 elektronisch te publiceren. Een anbi met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar heeft hiervoor dus uitstel gekregen tot uiterlijk 1 november 2020. Daar zijn wel twee voorwaarden aan verbonden. Het bestuur van de anbi moest uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het boekjaar het bestuursbesluit tot verlenging van de publicatieplicht op de website hebben gepubliceerd. Daarnaast moet uit het bestuursbesluit blijken waarom de financiële gegevens over 2019 niet binnen de gebruikelijke 6-maandstermijn konden worden gepubliceerd. Een anbi die haar jaarcijfers niet tijdig publiceert, loopt het risico de anbi-status met terugwerkende kracht te verliezen. Hierdoor vervallen de fiscale faciliteiten voor de anbi én haar begunstigers. Zorg dus dat de jaarcijfers 2019 tijdig worden gepubliceerd.

Vraag tijdig tegemoetkoming amateursportorganisatie aan

Vraag tijdig tegemoetkoming amateursportorganisatie aan

De aanvraag van de eenmalige tegemoetkoming van maximaal € 3.500 voor amateursportorganisaties is sinds 22 september jl. eindelijk mogelijk geworden. De tegemoetkoming is bedoeld voor de doorlopende lasten in de periode 1 maart tot 1 juni 2020 en/of 1 juni t/m 31 augustus 2020. Het gaat hier om de kosten aan gas, licht, water, belastingen en heffingen, hypotheeklasten of kosten die samenhangen met leningen en verzekeringen. Ook personeelslasten en onderhoudskosten die betrekking hebben op het gebruik van de sportaccommodatie kwalificeren. U kunt de tegemoetkoming aanvragen met een speciaal formulier. De tegemoetkoming wordt verstrekt als door de coronamaatregelen in de genoemde periode(s) een omzetverlies van ten minste 20% is geleden ten opzichte van dezelfde periode in 2019. Daarnaast is hiervoor ook de hoogte van de doorlopende lasten van belang. Komt uw amateursportorganisatie voor de tegemoetkoming in aanmerking, zorg dan dat u de aanvraag tijdig doet: uiterlijk zondag 11 oktober 2020.

Opbrengst uit tijdelijk verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

Opbrengst uit tijdelijk verhuur tuinhuisje toch belast in box 1

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de opbrengst uit de tijdelijke verhuur van een tuinhuisje via Airbnb belast is in box 1. Van de opbrengst moet 70% bovenop het eigenwoningforfait geteld worden. Eerder hadden lagere rechters geoordeeld dat deze 70%-bepaling niet van toepassing is omdat slechts een deel van de eigen woning werd verhuurd. De Hoge Raad overweegt echter dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling was om de opbrengsten uit de tijdelijke verhuur – van zowel de gehele woning als een gedeelte daarvan – te belasten in box 1. Het tuinhuisje blijft onderdeel van de eigen woning tijdens de tijdelijke verhuurperiodes. Verhuur van tuinhuisjes via Airbnb is dus fiscaal minder aantrekkelijk dan gedacht. Overigens neemt de Belastingdienst steeds vaker het standpunt in dat opbrengsten uit (tijdelijke) verhuur via Airbnb moeten worden belast als resultaat uit overige werkzaamheid (ook belast in box 1).

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor jonge starters op de woningmarkt

Vrijstelling overdrachtsbelasting voor jonge starters op de woningmarkt

In het Belastingplan 2021 stelt het kabinet voor om starters op de woningmarkt vanaf 1 januari 2021 vrij te stellen van overdrachtsbelasting (OVB). Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning als hoofdverblijf gebruiken en de vrijstelling nog niet eerder hebben benut. Voor doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%, tenzij ze jonger dan 35 jaar zijn en de vrijstelling nog niet eerder hebben benut (ze hebben dus ook nog recht op de vrijstelling). Voor andere kopers van woningen wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%.

De verhoging van het OVB-tarief van 2% naar 8% geldt vanaf 1 januari 2021 voor:

  • de verkrijging van niet-woningen, zoals bedrijfspanden;
  • woningen die niet of slechts tijdelijk worden gebruikt als hoofdverblijf, zoals vakantiewoningen of een woning die ouders kopen voor hun kind.

Tot deze laatste categorie behoren ook de verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals rechtspersonen, waaronder woningcorporaties.

Box 3 gaat weer veranderen

Box 3 gaat weer veranderen

Een andere maatregel betreft de vrijstelling in box 3. Die gaat volgend jaar van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partners, dan heeft u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Maar daar blijft het niet bij, want daar staat een tariefsverhoging tegenover van 30% naar 31%. Daarnaast zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat de verhoging van de box-3-vrijstelling doorwerkt naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling. Daartoe wordt vanaf 2021 voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling. De inspecteur legt dit bedrag van de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340 vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op uw aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid naar mensen die een rendementsgrondslag hebben van meer dan € 31.340.

Zorg voor tijdige aangifte en betaling verhuurderheffing 2020

Zorg voor tijdige aangifte en betaling verhuurderheffing 2020

Was u op 1 januari 2020 in het bezit van meer dan 50 huurwoningen met een maximale huurprijs van € 737,14 per maand? In dat geval bent u verhuurderheffing verschuldigd. De verhuurderheffing wordt berekend over de WOZ-waarde van deze huurwoningen  – met een maximum van € 294.000 per woning – verminderd met 50 x de gemiddelde WOZ-waarde van deze woningen. U bent vrijgesteld van verhuurderheffing als uw woningen Rijksmonumenten zijn. Dit zijn woningen die volgens de Erfgoedwet als zodanig zijn aangewezen. Sinds 1 juli 2020 doet u de aangifte verhuurderheffing in Mijn Belastingdienst Zakelijk. Bent u een particuliere verhuurder, zzp’er of heeft u een eenmanszaak? Dan logt u in met uw DigiD. Rechtspersonen en andere verhuurders loggen in met eHerkenning niveau 3. U moet de aangifte en de betaling uiterlijk 30 september 2020 hebben gedaan.

Let op: Bent u mede-eigenaar van meer dan 50 huurwoningen? U krijgt dan een aanslag verhuurderheffing naar rato van de eigendom. Voorheen werd de aanslag alleen opgelegd aan degene die de WOZ-beschikking ontving.

Laat vooringevulde gegevens aangifte IB 2019 controleren en aanvullen

Laat vooringevulde gegevens aangifte IB 2019 controleren en aanvullen

Op 1 maart jl. is de aangifteronde voor de aangifte inkomstenbelasting 2019 van start gegaan. U heeft onlangs – net als ruim 8 miljoen mensen met u – mogelijk ook de uitnodiging ontvangen voor het doen van deze aangifte. De Belastingdienst vult de aangifte al voor een groot deel in. Zo zijn de jaaropgaven van uw loon, pensioen, lijfrentetermijnen en andere uitkeringen al ingevuld. Dat geldt ook voor de WOZ-waarde van uw eigen woning, de aftrekbare hypotheekrente en de hypotheekschuld. Ook banksaldi en de (waarde) van andere vermogensbestanddelen in box 3 zijn al ingevuld. Toch is het zinvol om alle vooringevulde gegevens goed te (laten) controleren. Er wordt nog weleens een foutje gemaakt of de gegevens zijn niet compleet. U bent en blijft zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor de aangifte, ook als de Belastingdienst onjuiste gegevens heeft ingevuld. Daarnaast moet u de aangifte nog aanvullen met de niet vooringevulde gegevens die van toepassing zijn op uw inkomenssituatie. Dat kunnen bijvoorbeeld aftrekposten zijn zoals giften, ziektekosten, studiekosten en betaalde partneralimentatie.