Definitief geen keuzerecht bij overgang naar nieuw pensioenstelsel

Pensioendeelnemers krijgen definitief geen inspraak over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De Tweede Kamer heeft onlangs namelijk het voorstel afgewezen om alle deelnemers bij pensioenfondsen individueel de keuze te geven of zij opgebouwd pensioen in het nieuwe of in het oude stelsel willen. De stemming over het pensioenplan van NSC eindigde met 73 stemmen tegen en 72 voor. Daarmee is het plan van de baan. De Tweede Kamer is wel akkoord gegaan met het voorstel om pensioenfondsen een jaar extra te geven om de overgang naar het nieuwe stelsel te regelen. Er lijkt ook een meerderheid in de Eerste Kamer te komen. Dit betekent een langere transitieperiode voor de overgang naar het nieuwe stelsel, namelijk tot 1 januari 2028.

Tip
De datum van 1 januari 2028 lijkt ver weg, maar er is ook veel werk aan de winkel voor pensioenfondsen en werkgevers. Denk alleen al aan alle pensioengesprekken met werknemers die moeten plaatsvinden om hen te informeren over de gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel in hun individuele situatie.

Wet werkelijk rendement box 3 ingediend

Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is ingediend bij de Tweede Kamer. Daarmee start het wetgevingstraject naar een nieuw box-3-stelsel van belastingheffing over het werkelijke inkomen uit uw vermogen. Dat werkelijke inkomen bestaat uit directe en indirecte rendementen. Directe rendementen zoals rente, dividend, huuropbrengsten etc. zullen in de heffing worden betrokken na aftrek van kosten. Indirecte rendementen betreffen de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeontwikkelingen op bijvoorbeeld uw effectenportefeuille of onroerende zaken. Deze waardeontwikkelingen worden in beginsel jaarlijkse belast (vermogensaanwasbelasting). Een uitzondering wordt gemaakt voor onroerende zaken en aandelen in een startup. Die worden pas belast bij verkoop (vermogenswinstbelasting). Onder ‘onroerende zaken’ vallen in dit verband ook gebruiksrechten die direct of indirect betrekking hebben op onroerende zaken, zoals vruchtgebruik en erfpacht. Tot slot zal een verlies in box 3 verrekend kunnen worden met box-3-inkomen uit toekomstige jaren.

Tip
De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2028. Hoewel het wetsvoorstel nog langs de parlementaire weg moet, kunt u met uw adviseur wel alvast de fiscale gevolgen van dit nieuwe box-3-stelsel in kaart brengen.

Langere betalingstermijn coronaschulden bij saneringsakkoord

De betalingstermijn van 12 maanden na het bereiken van een saneringsakkoord over de coronaschulden wordt per 1 juli 2025 aangepast. Hierdoor wordt een langere betalingstermijn mogelijk. Dit moet onnodige faillissementen voorkomen. Aan de verlenging van de betalingstermijn zijn wel voorwaarden verbonden. U moet als ondernemer dan aannemelijk maken dat u het bedrag van het saneringsakkoord niet in 12 maandelijkse termijnen kunt voldoen en dat de nakoming van het saneringsakkoord voldoende is geborgd. Dit moet u onderbouwen met een verklaring van een deskundige. Voor bedragen onder € 20.000 volstaat een eigen verklaring.

Tip
Heeft u problemen met het aflossen van de coronaschulden? Vraag dan uw adviseur/accountant of u van deze mogelijkheid gebruik kunt maken.

Alleen met bewijs alsnog aftrek betaalde lijfrentepremie

Betaalde lijfrentepremies zijn aftrekbaar en de latere lijfrente-uitkeringen zijn belast. Dat is de hoofdregel, maar wat nu als u vergeten bent om de door u betaalde lijfrentepremie in de aangifte inkomstenbelasting af te trekken. Niet getreurd, er is dan bij uitkering nog de saldomethode, waarvan u gebruik kunt maken. Deze methode houdt in dat een deel van de toekomstige uitkeringen onbelast blijft. Van belang is wel dat u moet kunnen aantonen dat de lijfrentepremie is betaald én niet is afgetrokken. De lijn in de rechtspraak is hier vrij hard. Kunt u de premiebetaling niet bewijzen? Dan wordt uw verzoek om toepassing van de saldomethode afgewezen.

Tip
Bewaar oude aangiftes en betalingsbewijzen zorgvuldig, zodat u eenvoudig kunt aantonen dat u de lijfrentepremies wel heeft betaald, maar niet heeft afgetrokken.

Btw-verhoging op sport, cultuur en media gaat definitief niet door

De btw-verhoging van 9% naar 21% voor sport, cultuur en media gaat definitief niet door. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota van het kabinet-Schoof. Eind 2024 werd alsnog besloten om deze btw-verhoging per 1 januari 2026 voorlopig niet door te laten gaan. Ook de toepassing van de overgangsregeling waarbij het 21%-tarief ook al gold voor vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later), werd tijdelijk (tot 1 juli 2025) uitgesteld. Voorwaarde daarbij was dat er een alternatief zou worden gevonden voor de btw-derving van € 1,3 miljard. Het kabinet heeft die dekking gevonden in de verlaging van de tabelcorrectiefactor in de inkomstenbelasting. Doordat de voorgenomen btw-verhoging nu definitief niet doorgaat, kunt u ook na 1 juli 2025 het 9%-tarief toepassen op vooruitbetalingen en verkopen van vouchers voor prestaties in 2026 (en later).

Tip
De btw-verhoging op logies en hotelovernachtingen per 1 januari 2026 gaat wel gewoon door!

Bereid u voor op het tegenbewijs box 3

Komende zomer komt het digitale formulier ‘Opgave werkelijk rendement’ beschikbaar. Hiermee kunt u per belastingjaar box-3-heffing terugvragen over de periode 2017 tot en met 2024 als uw werkelijke rendement in box 3 aantoonbaar lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement, waarop de Belastingdienst de box-3-heffing heeft gebaseerd. Vanaf de IB-aangifte 2025 wordt de mogelijkheid van het tegenbewijs opgenomen in het aangiftebiljet. De tegenbewijsregeling geldt tot de invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 (voorlopig) per 2028. U moet mogelijk veel gegevens verzamelen om per belastingjaar te kunnen vaststellen of u voor teruggaaf in aanmerking komt. Denk aan gegevens over rente-, dividend- en/of huurinkomsten of de waardeontwikkelingen van uw effectenportefeuille, vastgoed of cryptovaluta.

Tip
Begin alvast per belastingjaar de gegevens te verzamelen die nodig zijn om uw box-3-inkomen en vermogen te bepalen, zodat u deze gegevens paraat heeft zodra het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ beschikbaar is.

 

Enkele fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota

De Voorjaarsnota is gepubliceerd. Hierna volgen de meest in het oog springende fiscale maatregelen die het kabinet-Schoof wil treffen. De btw-verhoging op cultuur, media en sport gaat definitief niet door. De derving voor de staatskas wordt onder meer gedekt door de tabelcorrectie in de inkomstenbelasting per 1 januari 2026 te beperken tot 46,2% in plaats 51%. Dit betekent dat de hogere inflatie slechts beperkt wordt gecompenseerd in de belastingschijven en heffingskortingen. Daarnaast wordt het forfait in box 3 voor ‘overige bezittingen’ verhoogd naar 7,78% en het heffingsvrije vermogen verlaagd naar € 51.396 per belastingplichtige in 2026 en 2027. Vanaf 2027 worden de stakingsaftrek en de meewerkaftrek versoberd met 75% en in 2030 afgeschaft.

Tip
De maatregelen uit de Voorjaarsnota zijn een aankondiging van de voorstellen die het kabinet op Prinsjesdag wil indienen bij de Tweede Kamer.

Voorkom belastingrente vennootschapsbelasting

Moet uw bv over 2024 vennootschapsbelasting betalen? Zorg er dan voor dat u vóór 1 mei 2025 een verzoek indient om uitreiking van een voorlopige aanslag of een herziening van een al opgelegde aanslag. Zo voorkomt u dat uw bv achteraf veel belastingrente moet betalen. Sinds 1 januari 2025 is de belastingrente vastgesteld op 9%. Is het verzoek binnen vier maanden na afloop van het belastingjaar ingediend en komt de (aanvullende) voorlopige aanslag overeen met het bedrag waar u (of uw adviseur) om heeft verzocht? Dan hoeft uw bv geen belastingrente te betalen. Dient u geen verzoek in voor een (nadere) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2024, dan wordt er in beginsel vanaf 1 juli 2025 belastingrente berekend over de te betalen aanslag.

Tip
Ook voor eerdere jaren kan het van belang zijn om te verzoeken om een (aanvullende) voorlopige aanslag.

Verblijfskosten eigen rijders 2025 vastgesteld

Bent u een transportondernemer (eigen rijder) die meerdaagse – of op meer dagen internationale – ritten maakt en geeft u de winst aan in de inkomstenbelasting? U kunt er dan onder voorwaarden voor kiezen om voor de verblijfskosten een vast bedrag per gereden dag in aftrek te brengen van uw winst. Dit bedrag is voor 2025 vastgesteld op € 50 per gereden dag (in 2024: € 48). U hoeft dan geen bewijsstukken van de verblijfskosten te bewaren. Kiest u ervoor om de werkelijke verblijfskosten af te trekken? Dan moet u wel bewijsstukken bewaren om te kunnen aantonen dat de werkelijke verblijfskosten hoger zijn dan het vaste bedrag per gereden dag.

 Tip

De vaste aftrek voor verblijfskosten biedt u een uitgelezen kans om uw administratieve lasten te verminderen.

Zorg voor een zakelijke borgstellingsvergoeding

U kunt borg staan voor de kredieten van uw bv. U sluit dan een borgstellingsovereenkomst met uw bv. Als uw bv failliet gaat, klopt de bank bij u als borg aan. Nadat u de schuld van uw bv hebt betaald,  krijgt u een zogenaamde regresvordering op uw bv. Omdat uw bv failliet is, wilt u deze vordering afwaarderen en uw borgstellingsverlies aftrekken. Wees ervan bewust dat dit alleen kan als u een zakelijke borgstellingsovereenkomst met uw bv hebt gesloten. Dat wil zeggen dat een onafhankelijke derde onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden ook borg zou staan voor uw bv. Een van voorwaarden waaruit de zakelijkheid blijkt, is de borgstellingsvergoeding. Dit moet een redelijke vergoeding zijn voor het risico dat u loopt als borgsteller, ofwel de vergoeding die een onafhankelijke derde zou eisen als hij/zij hetzelfde risico zou lopen als u.

Tip

Als u borg wilt staan voor een lening van uw bv, zorg er dan voor dat u een zakelijke borgstellingsvergoeding opneemt in de borgstellingsovereenkomst.